Home Opinies en Nieuws Archief Nieuwsberichten Speech Prof. em. Jean-Jacques Amy protestlezing Leerstoel Calewaert

Speech Prof. em. Jean-Jacques Amy protestlezing Leerstoel Calewaert

Lees hieronder het hoorcollege dat Prof. em. Jean-Jacques Amy op vrijdag 27 oktober hield naar aanleiding van de terdoodveroordeling van VUB-gastdocent Ahmadreza Djalali. Enkele sfeerbeelden kan je eronder bekijken.

 

Leerstoel Willy Calewaert

ONRECHT

Lezing 27 oktober 2017,
Auditorium Brouwer,
Faculteit Geneeskunde en Farmacie,
Vrije Universiteit Brussel.

Prof. em. Jean-Jacques Amy.


Toen ik, zondagnamiddag, vernam dat Ahmadreza Djalali ter dood was veroordeeld, besliste ik op staande voet mijn eerstvolgende hoorcollege aan deze laakbare schending van de mensenrechten te wijden. Ik zal daarom spreken over ‘Onrecht’.
 
Iets voor Nieuwjaar, had Peter Deconinck mij een mail gestuurd waarin hij aandrong dat wij ons verder voor deze rechten zouden inspannen. “Ook en vooral in 2017”, had hij aan zijn aanbeveling gevoegd. Een dergelijke inzet is - meer dan ooit - genoodzaakt.
 
Gedurende een kwarteeuw, toen ik de Dienst leidde op het Academisch Ziekenhuis van de VUB, hing in de gang van de Polikliniek, tegenover het kantoor van Mevrouw Bea Pion, een met glas afgesloten kast. Berichtgeving m.b.t. de Dienst werd daarin uitgehangen. Één bristol-karton werd nooit verwijderd. Daarop stond te lezen een gezegde uit een Moslem land : “Tout homme en danger de mort est ton frère.” Iedere man die in doodsgevaar verkeert, is je broeder.

Vandaag is Amahdreza Djalali de eerste onder mijn broeders. 
Deze wetenschapper verrichtte humanitair werk. Na meer dan 550 dagen opsluiting in de gevangenis, werd hij ter dood veroordeeld.

Reageren op gevaarlijke tijden
Martin Luther King (1929-1968), mogelijk de grootste redenaar van de vorige eeuw, een rechtschapen en moedige man had ons aangespoord om “onvermoeid dijken van moed tegen de stormvloeden van de angst op te werpen”. Wij hebben die moed nodig omdat wij, dit jaar, bijzonder angstig zijn. In januari werd een schurk als President van de Verenigde Staten ingehuldigd.
 
Wij zijn geneigd om, zoals het Vrijheidsstandbeeld in de baai van New York, het hoofd te buigen en wanhopig te zijn, en wij dromen dat deze nachtmerrie mag verdwijnen in het niets, bij het terugkeren van het licht.
 
Meer slecht nieuws komt op ons af vanuit Turkije. Dagblad Le Monde lichtte ons eergisteren en gisteren daarover in. Tien van de elf militanten voor de mensenrechten, die woensdag voor de uitzonderingsrechtbank verschenen, werden aangeklaagd voor “bijstand geboden aan een terroristische organisatie”. Acht van hen, waaronder de directrice van de Turkse afdeling van Amnesty International (AI), een Duitse en een Zweedse militant, werden op 25 oktober voorwaardelijk in vrijheid gesteld. De aanklacht tegen Taner Kiliç, de voorzitter van AI-Turkije, luidde : “het behoren tot een terroristische organisatie”. Hij en twee andere militanten riskeren tot 15 jaar gevangenis.

Reglementering op internationaal vlak
Er is onrecht alom. Wat werd er, voor de bestrijding ervan, op internationaal vlak verwezenlijkt? Het Internationaal Strafhof (IS), gereglementeerd door het Statuut van Rome, werd op initiatief van de UNO in 1998 gecreëerd. Het trad in werking op 1 juli 2002, na de goedkeuring van voornoemd statuut door 60 landen. Inmiddels hebben 124 Staten het Statuut geratificeerd of zijn anderszins tot het statuut toegetreden, waaronder de meerderheid van Afrikaanse landen, alle landen van de Europese Unie, en Palestina. Het Strafhof heeft tot taak “een einde te stellen aan de straffeloosheid van plegers van de ergste misdaden binnen de internationale gemeenschap : genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven”. Het Internationaal Strafhof berecht alléén personen, geen Staten.
 
Een aantal landen voelen zich niet geroepen. De Verenigde Staten, het Vaticaan, Rusland, Turkije, Saoedi Arabië, Israël, Noord Korea, China, Vietnam, Indië, Pakistan, Indonesië, Quatar, Nicaragua, Cuba , Rwanda, Togo en nog andere landen hebben het Statuut van Rome, het stichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof, niet ondertekend of niet geratificeerd. Sommige, onder voornoemde landen, zijn ons - op dit ogenblik in het bijz. - een zorg. De Verenigde Staten zijn de leidende natie van een zogenaamde (correct genaamde?) ‘Vrije Wereld’. Hun machtigste opponent is Rusland, een buurland. Het Vaticaan, Turkije, Saoedi-Arabië, Israël hebben talrijke sympathisanten in België. Noord-Korea is geleid door iemand die niet onderdoet voor de Amerikaanse gek.

Is België een rechtstaat? 
Deze vraag mag men terecht stellen. In augustus 1950 werd volksvertegenwoordiger Julien Lahaut (1884-1950) voor de deur van zijn huis, in Seraing, neergeschoten. De vier moordenaars (waaronder François Goossens) waren gekend – maar werden niet vervolgd. De daders maakten deel uit van een anticommunistisch netwerk – geleid door André Moyen - dat financieel gesteund werd door de Société Générale, Brufina en Union Minière. Het netwerk had contact met voorname politici en werkte samen met de gerechtelijke politie van Luik, Brussel en Antwerpen. De Luikse onderzoeksrechter werd verhinderd in zijn onderzoek.

Dan is er de moord op Patrice Lumumba, Maurice Mpolo en Joseph Okito. De afdaling naar de hel van het pas onafhankelijk geworden Congo en van drie van zijn ministers werd in 1960 georkestreerd door het Paleis in Laken, de Belgische Ministeries van Buitenlandse zaken en van Afrikaanse zaken, en het grootkapitaal. Op 17 januari 1961, in het holste van de nacht, werden deze drie mannen, die vooraf, dagenlang werden gemarteld, onder toezicht van Belgische officieren gefusilleerd. Dit gebeurde in een afgelegen open plek, belicht door de koplampen van wagens, in een bos, in Katanga. Noch Boudewijn, noch ‘zijn’ ministers, noch de moordenaars werden berecht. 
 
Als laatste dossier wil ik het even hebben over dat van de ‘Bende van Nijvel’, dat opnieuw in het brandpunt van de belangstelling staat – het stinkt naar grootschalige corruptie. Voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, op 24 oktober l.l., bevestigde minister van Justitie Koen Geens wat reeds lang werd geopperd : er “waren pogingen om het onderzoek te manipuleren”. Het onderzoek naar de Bende van Nijvel werd gedwarsboomd. 
 
Het boek van Marc De Kock (de toenmalige voorzitter van de Belgische Liga voor de Verdediging van de Rechten van de Mens) en Colette Braeckman (schrijfster en journaliste bij Le Soir), Les Libertés malades du Pouvoir (Brussel : Vie Ouvrière 1980), is een aanrader voor al wie meer wenst te vernemen over wat, vier decennia terug, allemaal in België mis liep.

Onrecht of on-recht?
‘Onrecht’ schrijf ik op verschillende wijzen. Aaneen (ONRECHT), betekent het woord voor mij ‘injustice, iniquité’, in het Frans. Ik schrijf het met een streepje tussen de twee lettergrepen (ON-RECHT) wanneer ik het ‘ontbreken van gerechtigheid; van een humane, objectieve en onpartijdige rechtspleging’ bedoel. De manier waarop Ahmadreza Djalali werd en wordt behandeld is een ‘SCHREEUWEND ON-RECHT’.

Wij zijn kwaad. 
Zoals Tommie Smith en John Carlos, die twee prachtige zwarte athleten die, op de Olympische spelen in Mexico, in 1968, tegen rassenhaat protesteerden, heffen wij de vuist. Wanhoop is incapaciterend; omdat wij verder willen vechten – omdat wij verder moeten vechten - moet zij worden overmeesterd. 
 
Gedurende deze hoorcolleges, treed ik als woordvoerder op voor mijn universiteit, de VUB; voor mijn universitair ziekenhuis, het UZ Brussel; en voor deMens.nu, de Unie van Vrijzinnige Verenigingen. Dit is een zware opdracht. Ben ik hiertoe bekwaam en beschik ik over voldoende moreel gezag ? “Over deze autoriteit beschikte Miguel de Unamuno toen hij, in 1936, als rector van de Universiteit van Salamanca, op een plechtigheid bijgewoond door een schare fascistische notabelen, officieren en miliciens, zijn walging voor hun zinloze en inhumane uitlatingen in een scherpe en duidelijke bewoording kenbaar had gemaakt. Hij was zijn tussenkomst begonnen met te stellen dat er ‘omstandigheden zijn waarbij zwijgen neerkomt op liegen’.” Steeds, in dit betoog dat ik, in dit auditorium twaalf jaar geleden, hield, kwam ik – bewust – “ terug naar wat voor mij de kern van de zaak is : het vrije denken, het kritisch denken en de kennisgeving van de mening, wat ook de omstandigheden” (Amy, 2005).                                                                 

Is doden – onder het mum van een gebod - toegelaten? 
In de Koran, meer bepaald in Soera 5, Vers 2, lezen wij het volgende : “Wij hebben aan de Israëlieten voorgeschreven dat Wie een ziel [een mens] doodt, anders dan voor (het doden van) een ziel [een mens] of wegens verderf zaaien op de aarde, is alsof hij de mensen gezamenlijk heeft gedood.” Ieder woord is belangrijk – en vatbaar voor interpretatie.           
 
Volgens exegeten van de Koran, verwijst deze Soera naar een gebod dat van toepassing was op de Kinderen van Israël. De auteurs van dit vers hebben waarschijnlijk een fragment overgenomen uit de Talmoed, een bundel commentaren op de Hebreeuwse Bijbel – het Oude Testament van de christenen. Het gebod is dus mogelijk niet meer van toepassing. Verder genieten bescherming uitsluitend mensen die geen moord hebben begaan en geen verderf op aarde hebben gezaaid. Het doden van een mens (een moordenaar of iemand die mensen heeft verdorven) zou dus wel mogelijk zijn ???
 
Wij denken er anders over: wij beroepen ons, op juridisch vlak, op grondbeginselen gelegd tijdens de Verlichting en, meer bepaald, op de bijdragen van grondleggers van ons recht, zoals Montesquieu (1689-1755) en Malesherbes (1721-1794). Eerstgenoemde zocht naar “een wetssysteem en een grondwettelijk model dat eenieder zou behoeden voor elk instrumenteel gebruik van macht en wet. Hij was één van de eersten die expliciet een politieke gemeenschap concipieerde waarin de wet niet gezien werd als stuurknuppel van een gecentraliseerd instituut” (De Hert, 2016).

De rechtstaat 
De rechtstaat (‘État de droit’) is gebaseerd op dat concept. Het is een “staat die het recht als hoogste gezag handhaaft”. In een rechtsstaat geniet de burger vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, alsook bescherming van zijn rechten en vrijheden, tegen medeburgers én tegen machtsmisbruik van de overheid. Het tegenovergestelde van de rechtsstaat is de politiestaat of de totalitaire staat.
 
Maar het begrip ‘Rechtstaat’ is, in de 21e eeuw, nog steeds niet toepasselijk op vele naties. Het is inderdaad een droevige vaststelling hoezeer grondrechten – of de miskenning ervan -, cultuur- of politiek systeem gebonden zijn. Universaliteit bestaat nog steeds niet.

Iran
Iran heeft het Statuut van Rome, het stichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof, geratificeerd of heeft alleszins zijn toetreding bevestigd. Maar… de ‘Raad van Hoeders’ verwierp in 2003 twee wetsvoorstellen die de toetreding van Iran voorzagen tot :
  (i) het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en
  (ii) het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (http://www.diplomatie.gouv.fr/fr/dossiers-pays/iran/les-nations-unies-et-l-iran/).

De rechtspraak in dat land is strijdig met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die bepaalt :
  • Artikel 3 : Eenieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.
  • Artikel 5 : Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.
  • Artikel 10 : Eenieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie.

Ahmadreza Djalali werd immens on-recht aangedaan
Iedere van de drie voornoemde bepalingen werd in de behandeling van zijn zaak schromelijk met voeten getreden. Hij kreeg slechts een zéér laattijdige en beperkte toegang tot zijn – aangewezen - raadsman. Hij werd mishandeld en psychologisch gemarteld. Dr. Djalali kreeg geen eerlijk proces.
 
Voor ons geldt slechts deze regel : Wie een mens doodt, doodt de hele mensheid. Wij kunnen het akelig schouwspel van terechtstellingen – veredelde lynch partijen - niet meer aanzien. Wij walgen ervan.
 
Nog dit. Al zou de Koran het doden in bepaalde omstandigheden wel toelaten, Ahmadreza Djalali is GEEN moordenaar. Zijn vermeende bekentenissen werden onder dwang en door het gebruik van psychologische marteling bekomen. Zij zijn VAN NUL EN GENER WAARDE. HET ENIGE BILLIJKE VONNIS IS DE VRIJSPRAAK.

A luta continua
Sigmund Freud (1856-1939) schreef, zeer terecht, dat “de stem van het verstand zwak is, maar [dat] zij niet rust voordat zij gehoor verwerft. Ten slotte, na eindeloze tegenslagen, heeft zij succes. Dit is één van de weinige aanleidingen om optimistisch te zijn over de toekomst van de mensheid…” Laat ons die wijze woorden indachtig zijn. En ook deze : “Het denken onderwerpt zich niet” (Poincaré, 1854-1912).
 
Ahmadreza, onze stem zal niet rusten. Wij geven je niet op.    
 
 


LeerstoelCalewaert_protestlezing03LeerstoelCalewaert_protestlezing05 

LeerstoelCalewaert_protestlezing04LeerstoelCalewaert_protestlezing01bLeerstoelCalewaert_protestlezing07

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen