Home Opinies en Nieuws Archief Opiniestukken Terroristen doen ons pertinente vragen stellen - Opinie Slembrouck-Peeters (verschenen op deredactie.be)

Terroristen doen ons pertinente vragen stellen - Opinie Slembrouck-Peeters (verschenen op deredactie.be)

 

Eén jaar na de aanslagen van 22 maart moeten we vaststellen dat "de vragen die de terroristen opnieuw op de agenda hebben gezet, pertinent zijn. Hun antwoorden zijn dat niet." We moeten er wel over nadenken.

Jurgen Slembrouck werkt bij Universiteit Antwerpen, Vrijzinnige dienst
Sylvain Peeters is voorzitter van deMens.nu.

Drie zelfmoordterroristen op de luchthaven in Zaventem en in de Brusselse metro bliezen zich op. 35 doden. Honderden gewonden. Mensen die voor de rest van hun leven getekend zullen blijven door de blinde terreur die geen onderscheid maakt tussen jong of oud, gelovig of ongelovig, man of vrouw, schuldig of onschuldig.

Of waren deze mensen niet onschuldig? Hadden zij zich dan niet schuldig gemaakt aan het maken van een vliegtuigreis? Hadden zij niet het openbaar vervoer genomen om tijdig op het werk te raken? Hadden zij zich niet, ondanks hun levensbeschouwelijke en ideologische verschillen, gemeenschappelijk en vredelievend in de publieke ruimte begeven? En vooral, hadden zij zich niet schuldig gemaakt aan de gedachte – aan de gedachte! – dat ze onschuldig waren?

Wanneer onschuldige burgers geviseerd worden, lijken we niet in staat om te vatten wat er aan de hand is.
 

Schuldig en onschuldig. Wat betekenen deze woorden nu nog?
De terroristische aanslagen van 22 maart 2016 hebben, net als alle andere aanslagen die zich in het hart van Europa hebben voorgedaan, vele vragen opgeroepen. Maar de meest pertinente vraag luidt misschien als volgt: Kunnen we nog onschuldig zijn?

Terroristisch geweld dat levensbeschouwelijke of ideologische tegenstanders viseert, lijkt op het eerste gezicht nog bevattelijk. De aanslag op het Joods museum in Brussel, op de redactie van Charlie Hebdo, op een priester, op Joodse burgers of op Franse militairen kunnen we begrijpen in het kader van een gewelddadige cultuurstrijd.

Maar wanneer onschuldige burgers geviseerd worden, lijken we niet in staat om te vatten wat er aan de hand is. Dan pas hoor je mensen zeggen dat “het geweld dichtbij komt.” Terwijl precies datzelfde geweld daarvoor ook al had plaatsgevonden. Dan pas lijkt men te beseffen dat er iets grondig fout loopt.

Ook jij en ik zijn doelwitten

Door de blinde terreur realiseren we ons ondertussen dat we allemaal potentiële doelwitten zijn. Precies door het feit dat de terroristen geen onderscheid maken tussen de slachtoffers die ze maken, kunnen we niet langer zeggen dat we geen betrokken partij zijn.

We kunnen niet langer zonder meer deel uitmaken van een vrije en dus diverse samenleving zonder ons ook te bezinnen over welke grenzen we in acht moeten nemen om die vrijheid leefbaar te houden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat discussies over deze grenzen de laatste tijd ontzettend veel aandacht hebben gekregen.

Moeten we de boerkini verbieden? Mag er een kerststalletje in het gemeentehuis? Mag een private werkgever een neutraliteitsbeleid voeren? Moet de eerste schooldag in functie van het islamitische offerfeest worden verplaatst?

Het was comfortabeler om weg te kijken, om ons niet uit te spreken en om alles te herleiden tot onschuldige cultuurverschillen.
 

Het is jammer dat het de aanslagen zijn geweest die ons gedwongen hebben om deze vragen te stellen, maar dat we ze ons stellen is op zichzelf positief. Al te lang werden onder het mom van de tolerantie zaken getolereerd die schadelijk waren.

Het was comfortabeler om weg te kijken, om ons niet uit te spreken en om alles te herleiden tot onschuldige cultuurverschillen. Zo bleven we blind voor de uitdagingen die diversiteit aan het samenleven stelde.

Voorbij de polarisatie

De vragen die de terroristen opnieuw op de agenda hebben gezet zijn pertinent. Hun antwoorden zijn dat niet. Het diversiteitsvraagstuk oplossen door mensen te verdelen tussen ‘moslims die teksten letterlijk interpreteren’ en ‘alle anderen’ is niet meer van deze tijd.

Reeds tijdens de Verlichting zijn we tot inzicht gekomen dat de scheiding tussen kerk en staat, het vrij onderzoek en het zelfbeschikkingsrecht beter waren om mensen in vrijheid en gelijkheid, broederlijk te laten samenleven.

In die zin vormen de aanslagen een cesuur in onze vaderlandse geschiedenis. Ze maken ons opnieuw bewust dat een seculiere samenleving berust op een historische erfenis die gekoesterd en onderhouden dient te worden, willen we de uitgangspunten ervan handhaven.

Laat ons de polarisatie van de terroristen dan ook niet met polarisatie beantwoorden.
 

Het is dan ook goed dat ze herdacht worden. Maar laten we daarbij niet vergeten dat we sinds de Verlichting ook ‘onschuldig’ zijn geworden. De Verlichting heeft mensen immers bevrijd van de erfzonde, van het lijfeigenschap, van de juridische willekeur.

Mensen zijn onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Laten we die onschuld opnieuw centraal plaatsen. Laat ons de polarisatie van de terroristen dan ook niet met polarisatie beantwoorden. Want indien we ons laten meesleuren door de logica van de terroristen, verliezen we onze onschuld en dus onze vrijheid.

De vrijheid om je geloof te belijden met respect voor de mensenrechten; om te huwen met iemand van hetzelfde geslacht; om een waardige dood te sterven; om je beschermd door de wet veilig te voelen en om vertrouwen te hebben in je medeburgers.

 

Bovenstaand artikel verscheen op deredactie.be en kan u hier bekijken:

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.2929433

Vragen?

Wij beantwoorden met plezier al uw vragen